Home                       Contact       Aanmelden Nieuwsbrief               InnovationHub

  Plus interview            Passionate People           Blikvangers           Video           Columns
   Innovatie
   Mobiliteit
   Nieuwe Economie
   Nieuw Organiseren
Interview met Ton van Keken

Hoe een fabrikant van vloerbedekking het voortouw neemt op het gebied van duurzaamheid

Op naar nul-komma-nul negatieve invloed op het milieu: dat is de compromisloze doelstelling van Interface, wereldmarktleider op het gebied van modulaire vloerbedekking. Ton van Keken, directeur operations van Interface in Europa, heeft zich volledig vereenzelvigd met het streven van oprichter Ray Anderson. 'Het is essentieel om duurzaamheid transparant te maken'.

Nee, toen Ton van Keken in 2001 bij Interface kwam werken, was hij nog niet volledig doordrongen van het belang van duurzaamheid. 'Je zou mij het best kunnen omschrijven als een verantwoorde burger', zegt hij. 'Ik deed keurig aan afvalscheiding en dergelijke. Maar ik was verder niet heel gepassioneerd met duurzaamheid bezig. Pas bij Interface ben ik in aanraking gekomen met de visie en de missie van oprichter Ray Anderson'.



Wie is Ray Anderson?

In 1973 richtte Ray Anderson de voorloper van Interface op, een joint venture met het Britse Carpets International Plc. Het is een klassiek voorbeeld van 'the American Dream', vertelt Van Keken. Anderson werkte begin jaren zeventig voor een leverancier van vloerbedekkingen en had een idee: zou een modulaire, zachte vloerbedekking geen geweldig product zijn voor de zakelijke markt? Bij zijn toenmalige baas stuitte hij voornamelijk op scepsis, waarna hij besloot zelf het heft in handen te nemen. Binnen de kortste keren groeide het bedrijf uit tot een van de grootste spelers in de Verenigde Staten. In de jaren tachtig waagde hij met de overname van het Nederlandse familiebedrijf Heuga Holdings de overstap naar Europa, waarna het bedrijf in de daarop volgende jaren uitgroeide tot wereldmarktleider.

Hoe Ray Andersom tot zijn radicale keuze kwam

In 1994 las Anderson een boek dat zijn leven én de manier waarop hij leiding gaf aan zijn bedrijf voorgoed zou veranderen: The Ecology of Commerce, waarin Paul Hawken aantoont dat commercieel en ecologisch succes hand in hand moeten gaan. Na het lezen van dit boek voelde Anderson 'een steek in zijn borst', schrijft hij in zijn eigen boek, Confessions of a Radical Industrialist. Hij realiseerde zich dat hij met zijn bedrijf, de grootste tegeltapijtfabrikant ter wereld, bezig was het milieu te ruïneren. De hoogste tijd om het roer radicaal om te gooien, besefte hij. Anderson besloot een voorbeeld te stellen en wilde in de praktijk bewijzen dat Hawken gelijk had: hij wilde laten zien dat het marktleiderschap heel goed samen kon gaan met duurzaamheid. Het was het begin van Mission Zero, het programma waarmee Interface de schadelijke invloed van het bedrijf op het milieu in 2020 tot nul wil reduceren. 'Anderson was een visionair', zegt Van Keken. 'En hij had natuurlijk gewoon gelijk. Wij zijn het aan de generaties na ons verplicht om op een zorgvuldige manier met de planeet om te gaan. Als wij onze manier van werken niet veranderen, gaat het mis'.

Hoe de radicale doelstelling leidde tot praktische vindingen

Als directeur operations van Interface Europa is Van Keken sinds 2004 nauw betrokken bij de duurzaamheidsdoelstellingen van Interface. Dat betekent dat hij bovenop de praktijk zit en dagelijks te maken heeft met Mission Zero. ‘Het materiaal gaat inderdaad letterlijk- door mijn vingers, ik zie de veranderingen. Operations in onze divisie telt 450 mensen, die voortdurend bezig zijn de bedrijfsprocessen te verbeteren. Dat is voor Ray Anderson ook het beginpunt geweest: de verduurzaming vanuit ecologisch oogpunt, waarbij hij de impact die onze producten hebben op het milieu uiteindelijk geheel wil elimineren'. Die radicale doelstelling heeft geleid tot hele praktische vindingen, zoals tapijttegels met garen dat voor bijna tweederde bestaat uit biologisch materiaal en tegels met 100% gerecycled garen, dat deels afkomstig is van het garen dat Interface heeft herwonnen uit gebruikt tapijt en deels van oude, gebruikte visnetten. ‘Een andere revolutie op het gebied van garen is 'microtuft'. Dit zijn strakke, vlakke tegels waarvoor tot de helft minder garen nodig is’, vertelt Van Keken. 'Deze collectie bedient een heel nieuw marktsegment, tussen tapijttegels en harde vloeren in. Een andere belangrijke innovatie is de introductie van TacTiles geweest. Dit zijn stickers ter grootte van een creditcard die de tegels bij elkaar houden. Die zijn niet alleen ecologisch verantwoord, omdat we geen lijm meer hoeven te gebruiken, maar ook ergonomisch: de tegels zijn op die manier gemakkelijker te installeren'.

De inspiratie voor de producten van Interface: biomimicry

Interface haalt inspiratie voor haar producten en processen uit de wetenschap die de natuur als voorbeeld gebruikt: Biomimicry. De designers van Interface zijn letterlijk de natuur ingetrokken om te onderzoeken hoe uiteenlopende materialen als herfstbladeren en kiezelstenen in een rivier zich naar elkaar voegen en op die manier als het ware een natuurlijk tapijt vormen. Gewapend met hun inzichten zijn de onderzoekers teruggegaan naar het laboratorium en hebben zij tegels ontworpen met patronen die volstrekt willekeurig zijn. Het voordeel van deze tapijttegels is dat er nauwelijks snijafval overblijft bij installatie en dat er een veel dynamischer vloer ontstaat. 'Dat was echt een revolutie', vertelt Van Keken. 'Architecten zijn er gek op, dat zijn immers echte conceptdenkers. Maar ook facility managers vinden het veel praktischer. Zij hebben nooit meer problemen met het vinden van een tegel als er bijvoorbeeld eentje vervangen moet worden.’

80 procent gedaan, nog 20 procent te gaan

Met innovaties als deze is inmiddels 80 procent van de doelstelling van Anderson behaald. 'Het laaghangend fruit is geplukt’, zoals Van Keken zegt. 'Dat betekent dat het nu moeilijker gaat worden. Maar we zien nog steeds meer dan genoeg mogelijkheden. Theoretisch kunnen wij in ons lab al tapijttegels maken die geen enkele negatieve invloed op het milieu hebben. De stap naar de praktijk is lastiger, de duurzame grondstoffen stroom moet enorm opgeschaald worden en de beschikbaarheid van duurzame energie is ook nog beperkt. Van Keken denkt wel dat de grote stappen nu in het laboratorium gezet moeten worden. 'Met de medewerkers die in productie werken zijn wij ook continu bezig om verbeteringen door te voeren, maar dat gaat met kleine stapjes. Dat is een belangrijk proces, maar daar verwacht ik verder geen grote doorbraken meer. Die zullen van de grote innovaties in het lab moeten komen'.

Waarom open innovatie de weg is die we moeten bewandelen

Daarmee doelt Van Keken niet alleen op de eigen techneuten, maar vooral ook die van buiten. ‘Zoals alle grote bedrijven hebben wij lange tijd gedacht dat alle mensen met verstand van onze business bij Interface werkten, maar dat is een grote misvatting. Enkele jaren geleden zijn wij overgestapt op een systeem van open innovatie. Wij zetten onze onderzoeksvraagstukken sindsdien bijvoorbeeld op internet, zodat iedereen kan meedenken. Maar we zoeken ook zelf de samenwerking met experts in de keten en zelfs daar buiten. Op die manier proberen wij gebruik te maken van the wisdom of the crowds, zoals dat heet. Dat is absoluut de weg die je moet bewandelen als je zulke radicale doelstellingen hebt geformuleerd als Interface'.

Waarom transparantie essentieel is

Die openheid kenmerkt het bedrijf Interface. Op de website is tot in detail terug te vinden wat de behaalde resultaten tot nu toe zijn op het gebied van duurzaamheid. 'Het is essentieel om duurzaamheid transparant te maken’, vindt Van Keken. ‘Het gevaar is dat duurzaamheid een speeltje van marketeers wordt. Je ziet overal labels opduiken die in feite niet veel betekenen: ‘100 procent recyclebaar’, 'natuurlijk', 'niet giftig', 'CO2-neutraal'. Allemaal greenwashing. Wij geloven in het gebruik van EPD’s, environmental product declarations, oftewel milieuproductverklaringen. Daarmee laat je precies zien wat de milieubelasting van het betreffende product is. Die verklaringen bieden wij ook aan onze klanten aan'. Niet alle bedrijven zijn zo voortvarend, beseft Van Keken. 'Soms moet de overheid het voortouw nemen', zegt hij. 'Denk aan de auto-industrie. Die leek best geïnteresseerd in duurzaamheid, totdat de overheid de fabrikanten verplichtte in alle marketinguitingen duidelijk te maken wat de uitstoot van CO2 per gereden kilometer was. Op dat moment kwamen de innovaties pas goed los.’

Wat doet Interface met oude visnetten?

Van Keken kan haast nog enthousiaster worden over de projecten op het gebied van sociale duurzaamheid waar Interface zich mee bezig houdt. Interface is op de Filippijnen een samenwerking aangegaan met de Zoological Society of London (ZSL) om de kusten van de Filippijnse eilanden vrij te maken van oude visnetten. 'Het is onbeschrijflijk wat je daar ziet', vertelt Van Keken. 'Overal slingeren oude visnetten rond, op de stranden, maar ook in zee. Die blijven vis vangen, zonder dat iemand zich daar verder om bekommert. Door die visnetten te laten opruimen, zorgen wij dat een gemeenschap daar een inkomen aan overhoudt en dat wij een begin maken met de oplossing van een ecologisch probleem. Tegelijkertijd verkrijgt Interface door deze samenwerking op een innovatieve manier grondstoffen van de visnetten die bij recycling weer kunnen dienen als basis voor nieuwe tapijttegels. De verzamelde visnetten bevatten namelijk nylon dat direct kan worden gerecycled voor nieuwe tapijttegels. De maatschappelijke relevantie van dat project spreekt mij erg aan. Dit is inclusieve duurzaamheid, meters maken, zowel sociaal, ecologisch als economisch'.

Hoe nu verder?

Die laatste twintig procent die Interface nog moet elimineren voor 2020 zal gewoon een kwestie van hard werken zijn, zegt Van Keken. 'Het is gemakkelijker als je af en toe grote stappen maakt', zegt hij. ‘Dat geeft energie om verder te gaan. Sinds 2001 is Dan Hendrix de CEO van Interface. Hij heeft Ray Anderson lange tijd van nabij meegemaakt en heeft zich volledig gecommitteerd aan de doelstellingen. Net als Anderson is hij ervan overtuigd dat verduurzaming op termijn de basis is voor economisch succes'.

Hans van der Klis
www.plusbusiness.nl
Mei, 2013



   Duurzaam Dossier
   In Beeld
   Innovatie Modellen





  Plusbusiness.nl
  Over Plusbusiness.nl
  InnovationHub
  Contact
  Redactie
  Uitgever
  Nettiquette
  Disclaimer
  Persberichten
  Vrijwilligers


  Specials
  Leestafel
  Zeven wetten voor
    innovatie

  Bachelor Master Prijs
  Rondetafelgesprek
  Rondvraag


  Tools
  Kaizen
  Milieubarometer
  Ladder van Lansink
  Innovatiestijlquiz


  Infographics
  Kritieke grondstoffen
  Global resources stock
    check

  Human Development
    Index

  Kondratieff-golven
  Toekomstige
    technologische
    ontwikkelingen

  Ellen MacArthur
  Categorieën
  Innovatie
  Mobiliteit
  Nieuwe Economie
  Nieuw Organiseren
  Passionate People
  Blikvangers
  Video
  Duurzaam Dossier
  In Beeld
  Innovatie Modellen
  3d Printing
  Grondstoffen Strategie
  Deeleconomie
  Integrated Reporting
  Upcycling


  Columns
  Strategische Marketing
  Crowdfunding
  Klantgedreven Innoveren
  Partnershappen
  CSR Issues
  De Consumens
  Boeiend?


  Links
  Global Innovation Index
  Sustainable Society Index
  Gemeentelijke
    Duurzaamheids Index

  Plus interview
  Roland Amoureus
  Wiebrand Kout
  Ton Van ’t Noordende
  Chris Heutink
  Tom Oostrom
  Ivo de Nooier
  Theo Voskuilen
  Merijn Everaarts
  Stientje van Veldhoven
  Taco Carlier
  Karel Luyben
  Rob van Gijzel
  Jacqueline Cramer
  Bas Ruter
  Femke Groothuis
  Felix Janszen
  Frank van Ooijen
  Herman Hoving
  Ewald Breunesse
  Ton van der Giessen
  Stef Kranendijk
  Max Remerie
  Henk de Bruin
  Hans Kwaad
  Marga Hoek
  André Veneman
  Gerald Schotman
  Marco van Gelder
  Thomas Rau
  Ton van Keken
  Sander Tideman
  Ruud Koornstra

  Volg Plusbusiness.nl


  Afmelden nieuwsbrief

   Facebook

   Twitter

   LinkedIn


  Innovatie Modellen
  Stacey Martix
  Het Ansoff model
  Concurrentiestrategieën
    van Porter

  The Lean Startup methode
  Design Thinking
  Het model van Knoster
  Innovatieradar
  Strategische innovatie
  Zes denkhoeden van De Bono
  Het Belbin model
  Het Nonaka model
  Clusterradar