Home                       Contact       Aanmelden Nieuwsbrief               InnovationHub

  Plus interview            Passionate People           Blikvangers           Video           Columns
   Innovatie
   Mobiliteit
   Nieuwe Economie
   Nieuw Organiseren
Interview met Rob van Gijzel, burgemeester van Eindhoven

Je brengt niets tot stand als je niet goed samenwerkt


In 2011 werd de regio Eindhoven uitgeroepen tot de slimste regio ter wereld, in 2013 tot de meest innovatieve regio in de wereld en in 2014 na Londen en Helsinki tot de beste Europese plek om te investeren. Dat was de bekroning van een beleid dat is ingezet na 1995, toen er door Operatie Centurion en de sluiting van DAF tienduizenden banen verloren gingen en bedrijfsleven, kennisinstituten en overheid hun kennis bundelden. Burgemeester Rob van Gijzel van Eindhoven pleit voor meer ruimte voor regionale samenwerkingsverbanden. ‘Het topsectorenbeleid is verouderd, de verdiencapaciteit zit juist tussen de kolommen.’


Eindhoven doet het heel goed als vestigingsplaats voor start-ups. Waar komt die aantrekkingskracht van uw regio vandaan?

De aantrekkingskracht op technologische start-ups heeft voor een deel met de historie van Philips te maken. Maar er is een andere oorzaak, die misschien nog wel belangrijker is. In de jaren negentig ging het niet best in de regio. Philips zette Operatie Centurion in werking en DAF ging failliet, waardoor het aantal arbeidsplaatsen daalde van 110.000 naar 75.000. Dat was echt dramatisch. Het was de directe aanleiding om op een heel andere manier te gaan werken. Iedereen heeft het tegenwoordig over de Triple Helix, maar in feite is die manier van samenwerken tussen bedrijven, kennisinstituten en overheid hier al in 1995 ingevoerd.

Met 21 gemeenten in de regio hebben we per inwoner een tientje – in guldens! - bij elkaar gelegd. Dat bedrag is verdubbeld door Brussel en daarmee hebben we een fonds gevormd. Het bijzondere is dat er vervolgens een commissie is ingesteld met mensen uit het bedrijfsleven en kennisinstellingen om dit budget te beheren en projecten te belonen die onze economie er weer bovenop konden helpen. Het was dus publiek geld, maar waaraan het werd uitgegeven werd bepaald door vertegenwoordigers van de private sector. En zo gaat het nog steeds. Dat vraagt om een groot onderling vertrouwen.



Iedereen heeft het tegenwoordig over de Triple Helix, maar in feite is die manier van samenwerken tussen bedrijven, kennisinstituten en overheid hier al in 1995 ingevoerd.


Er is nog een tweede element. Wij liepen op een bepaald moment tegen het probleem aan dat innovatie en R&D te duur werden. Dat heeft te maken met het soort producten dat hier gemaakt wordt: de regio blinkt uit in het produceren van echte supermachines, variërend van de trucks van DAF, de MRI-apparaten van Philips of de chips-machines van ASML. Die zijn ongelooflijk duur om te ontwikkelen, zeker omdat de life cycle steeds korter wordt. De oplossing daarvoor was het introduceren van open innovatie. Dat is de gedachte achter de Campus, waar de bedrijven nu samenwerken met hun concurrenten. Dat heeft een geweldige impact gehad. Ik ben bijvoorbeeld zelf naar Samsung in Zuid-Korea geweest om ze over te halen deel te nemen in de ontwikkeling van de dunne filmtechniek die in samenwerking met Philips en Panasonic wordt gemaakt. Samsung gebruikt deze techniek voor oprolbare schermen en Philips in medische apparatuur. Het is een manier om het onderzoeksgeld en het innovatiebudget samen te brengen, zodat de risico’s voor de deelnemende bedrijven verkleind worden, het ontwikkelingsproces versneld wordt, de markttoegang verkort, én je kunt ook gezamenlijk een nieuwe wereldstandaard maken. Ik droop af met de staart tussen de benen, ze vonden het een heel raar voorstel. Toch belden ze een half jaar later dat ze geïnteresseerd waren. Nu heeft Samsung in Eindhoven de grootste R&D-locatie buiten Zuid-Korea. Het principe van open innovatie maakt heel veel mogelijk. We hebben ook een managementbureau voor intellectual property opgezet, om deze manier van werken in goede banen te leiden.

Hoe passen de start-ups in dit verhaal?

Op de Campus hebben we een paar gebouwen speciaal ingericht voor start-ups. Daarmee stellen we ze in staat kennis uit te wisselen en onderzoeksfaciliteiten te delen. Als ze technisch of financieel dreigen vast te lopen, kunnen we ze daarmee de helpende hand bieden. De Campus kun je in zekere zin beschouwen als een ideale biotoop voor start-ups, als een apart ecosysteem. Belangrijk is ook dat ze van daaruit aansluiting kunnen vinden met grote bedrijven, zodat ze door kunnen groeien.

Wat is de betekenis van deze economische activiteit voor Eindhoven?

Historisch gezien was Eindhoven een one company entity. Philips was ooit goed voor 42.000 banen in deze regio. Dat is totaal veranderd, daar zijn er nog zo’n 8.000 van over. Philips is niet eens de grootste werkgever meer. Dat is ASML. Maar de waarde van Philips mag niet onderschat worden. Het bedrijf is wel de oorsprong van veel activiteiten, zoals die van ASML, VDL-ETG, Tom Research, waarin de onderzoeksactiviteiten van TomTom zijn ondergebracht, NXP: dat zijn allemaal afsplitsingen. En zo zal het Lumileds, onderdeel van de lichtdivisie van Philips, ook vergaan.

De werkgelegenheid is ook meer verspreid over verschillende bedrijven. Vroeger had je producenten die hun toeleveranciers vertelden welke onderdelen ze wilden hebben, tegenwoordig leveren de toeleveranciers complete modules aan. Daardoor komt de kennis dieper in de keten te liggen en kunnen de toeleveranciers gemakkelijker op eigen benen staan.

Beschouwt u het als een taak van de overheid om deze partnerships te creëren?

Wij zijn heel actief op dat gebied. We hebben enige tijd geleden een samenwerkingsverband opgericht met de regio’s Waterloo in Canada en Taipeh in Taiwan, de First Global Triangle Alliance. Deze twee regio’s zijn net als de regio Eindhoven in het recente verleden uitgeroepen tot slimste regio van de wereld. Het is geen toeval dat we voor deze partners hebben gekozen: Canada is de belangrijkste kleine partner van de Verenigde Staten, Taiwan is de belangrijkste kleine partner van China en Nederland vervult die rol voor Duitsland. Eind jaren negentig publiceerde Manuel Castells zijn netwerktheorie, over netwerken in het informatietijdperk. Destijds was dat nog een hypothese, maar nu zie je dat deze ideeën volop werkelijkheid zijn geworden. Eigenlijk is er geen activiteit meer, met uitzondering misschien van taken als de paspoortuitgifte, die wij niet in partnership met andere partijen doen. Dat moet ook, want de problemen waarmee wij in de nabije toekomst te maken krijgen zijn bijzonder complex. Voor onderwerpen als de voedselketen, de energieketen, de mobiliteit en de gezondheid moeten we totaal nieuwe concepten bedenken. Die kunnen we over tien jaar niet meer zo benaderen zoals we nu doen. Dat betekent dat we op elk vlak de samenwerking zoeken met ondernemingen, kennisinstellingen en ook burgers. In die ontwikkeling is de overheid onmisbaar.

Hoe krijgt die samenwerking concreet vorm?

Het contact met het bedrijfsleven in de regio is zeer hecht. Wij hebben regelmatig overleg. Ik kan me herinneren dat toen Lehmann Brothers omviel, op 15 september 2008, de captains of industry een paar dagen later bij mij op kantoor zaten voor overleg. En dat hebben we sindsdien volgehouden. Dat heeft naar mijn stellige overtuiging toe bijgedragen dat de regio Eindhoven sinds die crisis eigenlijk maar één jaar in een dip heeft gezeten, in 2009.

Binnen het samenwerkingsverband hebben we een programma geformuleerd, Brainport 2020, waarin we vier domeinen hebben gedefinieerd: people, technology, business en basics. Het eerste domein, people, focust op de verbinding tussen mensen en werk. De tweede, technology, is gericht op het stimuleren van innovatie, samenwerking en kennisoverdracht. Het domein business draait om het genereren van bedrijvigheid. En met basics richten wij ons op de randvoorwaarden: de infrastructuur en dergelijke. Natuurlijk zullen we dit programma moeten aanpassen aan de veranderende omstandigheden, maar het maakt wel duidelijk waar we mee bezig zijn. De vraag is of je als gemeente of regio in staat bent de juiste omgeving te creëren waarin een start-up kan doorgroeien. Veel start-ups in andere regio’s blijven hangen in de Valley of Death en redden het niet. Van onze partners in Taiwan hebben we echter geleerd om die term nooit te gebruiken. Daar hebben ze het over The Bridge to Innovation. Dat betekent vooral kijken naar de mogelijkheden om de nieuwe innovaties toch levensvatbaar te maken.

In hoeverre zijn de resultaten van de samenwerkingsverbanden meetbaar?

De resultaten van onze strategie kun je terugzien in de cijfers. In 2011 is Eindhoven door het Intelligent Community Forum (ICF), een organisatie waarin 400 technologisch georiënteerde regio’s samenwerken en waarvan ik later voorzitter ben geworden, uitgeroepen tot de slimste regio ter wereld. Die claim wordt ondersteund door een artikel in Forbes op basis van cijfers van de OESO/OECD, waarin is vastgesteld dat Eindhoven de regio is met de meeste patenten per inwoner. Nu zegt dat nog niet zoveel als er geen opbrengst is, maar daar hebben we hard aan gewerkt. We stonden buiten de top-10 van de opbrengsten per patent, maar zijn inmiddels gestegen naar de top-6.

Wij merken echt dat het in ons voordeel is dat wij niets in ons uppie doen. We doen alles samen en dat levert ons echt veel profijt op. Zo is het aantal bedrijven uit Taiwan dat zich hier in de regio heeft gevestigd binnen 5 jaar gestegen van 20 tot 60, en bedrijven die liever op een andere plek in Europa willen zitten, proberen wij echt te helpen.

Welke rol ziet u voor uzelf? Benjamin Barber heeft niet lang geleden uitgebreid de loftrompet gestoken over de rol van de moderne burgemeesters.

Natuurlijk ben je als burgemeester een boegbeeld, maar je brengt niets tot stand als je niet goed samenwerkt. Het is niet voor niets dat ik ook voorzitter ben van de Stichting Brainport: ik zit continu om tafel met alle betrokken partijen. Ook andere burgemeesters in Nederland laten zien dat je niet in je oude rol kunt blijven zitten. Ik heb jarenlang in de Tweede Kamer gezeten, waar je vooral bezig bent met vergaderen en wetten maken. Niet onbelangrijk, maar toch vooral papier. Als burgemeester functioneer je op een ander niveau: Benjamin Barber betoogt dat de economische ontwikkeling ontstaat op mesoniveau. Als de VS met China een handelsakkoord sluit, gebeurt er niks, dat is papier. Er gebeurt wat als bedrijven uit New York en Shanghai met elkaar gaan handelen, daar kun je als burgemeester een rol in spelen. Als aanjager vanuit de Triple Helix, door de verschillende disciplines en sectoren met elkaar te verbinden. Kijk, de wereld is heel snel aan het veranderen, maar onze staatsinrichting is nog steeds gebaseerd op de gemeentewet van Thorbecke uit 1853. Dat betekent dat een stad als Amsterdam zijn zaken op dezelfde manier moet uitvoeren als de gemeente Terschelling. Dat kost enorm veel energie. Meer bestuur zorgt niet automatisch voor meer kwaliteit: ik moet samen met 20 andere burgemeesters de brandweer regelen, dat kan echt beter. Regio’s als Amsterdam en Eindhoven zouden er veel meer bij gebaat zijn om in slimme samenwerkingsverbanden te kunnen opereren.

Hoe relevant zijn de topsectoren nog?

Dat is naar mijn idee een sterk verouderde manier van kijken naar de economie. Als je geen nieuwe technologie zou toepassen in de voedselvoorziening, in de energiesector of in de gezondheidszorg, verlies je de aansluiting bij wat mogelijk is. De oplossing ligt juist veel meer in cross-overs, in het combineren van kennis. Het hele idee van de topsectoren is nationaal georganiseerd, in strakke kolommen. Maar de uitvoering is regionaal. De verdiencapaciteit zit juist tussen de kolommen, in nieuwe samenwerkingen. Ons topsectorenbeleid is verouderd, zeker wanneer je dit beleid vergelijkt met ‘The Grand Challenges’ zoals die door de EU zijn geformuleerd. Ook de landen om ons heen werken met clusters. Die begrijpen niets van dit beleid.

Zou het model van de Triple Helix ook kunnen werken voor andere regio’s?

Werken volgens de Triple Helix kan niet zomaar, net zo goed als je niet zomaar open innovation kunt invoeren. De premier van Rusland, Medvedev, wilde het principe van open innovation graag invoeren in Moskou, maar daar is helemaal geen basis voor. Er is namelijk veel vertrouwen voor nodig. Over dit onderwerp ben ik ook in gesprek geweest met vertegenwoordigers van Shanghai, maar daar zie ik ook geen voedingsbodem. China werkt nog steeds met tien- of twintigjarenplannen en is niet in staat om de noodzakelijke flexibiliteit op te brengen. Kijk maar eens hoezeer de wereld veranderd is alleen al door de introductie van de iPad: die is pas vijf jaar geleden op de markt gekomen. China heeft bovendien het probleem dat ze moeten overstappen van een copy-based economie naar een zelfscheppende economie.

Hoe actief is de regio Eindhoven in de transitie naar een circulaire economie?

Dat is natuurlijk een hot issue. Wij leven in een aantal opzichten natuurlijk in een verspillende economie. Met het Energieakkoord wordt daar onvoldoende aan gedaan. De Wet van Moore leert ons dat we exponentieel groeien, maar met windenergie – waar nu de focus op ligt - zul je geen oplossing creëren voor de vragen die ontstaan op het gebied van mobiliteit, voedselvoorziening en gezondheidszorg. Wij zien veel meer in zonne-energie, die op termijn veel duurzamer is. In Eindhoven hebben we een aantal programma’s lopen, zoals ZonAtlas, om Eindhoven in de toekomst energieneutraal te kunnen maken. Dat is een onderwerp dat onze volle aandacht heeft. En ons gemeentelijk apparaat werkt volgens het model van The Natural Step: stap voor stap, elke keer afwegend wat het duurzaamheideffect is van een beslissing.

Hans van der Klis
www.plusbusiness.nl
April, 2015



   Duurzaam Dossier
   In Beeld
   Innovatie Modellen





  Plusbusiness.nl
  Over Plusbusiness.nl
  InnovationHub
  Contact
  Redactie
  Uitgever
  Nettiquette
  Disclaimer
  Persberichten
  Vrijwilligers


  Specials
  Leestafel
  Zeven wetten voor
    innovatie

  Bachelor Master Prijs
  Rondetafelgesprek
  Rondvraag


  Tools
  Kaizen
  Milieubarometer
  Ladder van Lansink
  Innovatiestijlquiz


  Infographics
  Kritieke grondstoffen
  Global resources stock
    check

  Human Development
    Index

  Kondratieff-golven
  Toekomstige
    technologische
    ontwikkelingen

  Ellen MacArthur
  Categorieën
  Innovatie
  Mobiliteit
  Nieuwe Economie
  Nieuw Organiseren
  Passionate People
  Blikvangers
  Video
  Duurzaam Dossier
  In Beeld
  Innovatie Modellen
  3d Printing
  Grondstoffen Strategie
  Deeleconomie
  Integrated Reporting
  Upcycling


  Columns
  Strategische Marketing
  Crowdfunding
  Klantgedreven Innoveren
  Partnershappen
  CSR Issues
  De Consumens
  Boeiend?


  Links
  Global Innovation Index
  Sustainable Society Index
  Gemeentelijke
    Duurzaamheids Index

  Plus interview
  Roland Amoureus
  Wiebrand Kout
  Ton Van ’t Noordende
  Chris Heutink
  Tom Oostrom
  Ivo de Nooier
  Theo Voskuilen
  Merijn Everaarts
  Stientje van Veldhoven
  Taco Carlier
  Karel Luyben
  Rob van Gijzel
  Jacqueline Cramer
  Bas Ruter
  Femke Groothuis
  Felix Janszen
  Frank van Ooijen
  Herman Hoving
  Ewald Breunesse
  Ton van der Giessen
  Stef Kranendijk
  Max Remerie
  Henk de Bruin
  Hans Kwaad
  Marga Hoek
  André Veneman
  Gerald Schotman
  Marco van Gelder
  Thomas Rau
  Ton van Keken
  Sander Tideman
  Ruud Koornstra

  Volg Plusbusiness.nl


  Afmelden nieuwsbrief

   Facebook

   Twitter

   LinkedIn


  Innovatie Modellen
  Stacey Martix
  Het Ansoff model
  Concurrentiestrategieën
    van Porter

  The Lean Startup methode
  Design Thinking
  Het model van Knoster
  Innovatieradar
  Strategische innovatie
  Zes denkhoeden van De Bono
  Het Belbin model
  Het Nonaka model
  Clusterradar