Home                       Contact       Aanmelden Nieuwsbrief               InnovationHub

  Plus interview            Passionate People           Blikvangers           Video           Columns
   Innovatie
   Mobiliteit
   Nieuwe Economie
   Nieuw Organiseren
Interview met Frank van Ooijen, FrieslandCampina

FrieslandCampina moet als toonaangevende onderneming het goede voorbeeld geven


Half mei is FrieslandCampina onderscheiden met de Koning Willem I Prijs 2014, een prijs die wel wordt gezien als de Oscar voor het bedrijfsleven. De jury van de prijs roemde het integrale ketenmanagement van de onderneming, de coöperatie en de leden-melkveehouders, dat door haar unieke vormgeving aan de basis ligt van de successen van FrieslandCampina als geheel. ‘Voor je het weet krijg je je eigen Kodak-moment en verlies je de steun van je partners’, zegt Frank van Ooijen, als directeur sustainability verantwoordelijk voor het duurzaamheidsbeleid bij de zuivelcoöperatie.


Van harte gefeliciteerd. Ik neem aan dat u een mooie avond heeft gehad.

De uitreiking vond plaats op een gala-avond bij De Nederlandsche Bank in Amsterdam in aanwezigheid van Koningin Maxima en DNB-directeur Klaas Knot. Het was spannend tot op het laatste moment. Wij zijn natuurlijk ongelooflijk trots op deze onderscheiding, vooral voor onze bijna 20.000 leden, die aan de basis staan van een onderneming met een omzet van 11,4 miljard euro. De ondernemingen zijn beoordeeld op hun lef,op daadkracht, op doorzettingsvermogen, op duurzaamheid en op innovatie. Die laatste twee elementen, duurzaamheid en innovatie, worden steeds belangrijker.

Wanneer is het duurzaamheidsbeleid van FrieslandCampina ingezet?

De twee coöperaties Friesland Foods en Campina zijn in januari 2009 officieel gefuseerd. Voor die tijd gebeurde er al veel op het gebied van duurzaamheid: Campina was bijvoorbeeld actief op het gebied van duurzame soja en Friesland Foods kende een programma waarmee kleine boeren in Azië werden gesteund. Na de fusie is een geheel nieuwe strategie opgetuigd door de Top-70 van het bedrijf, route2020, waarin een belangrijke rol is weggelegd voor duurzaamheid. Het topmanagement was er toen al van overtuigd dat je geen goede strategie kunt formuleren zonder dat duurzaamheid een van de pijlers is.

Wat is uw rol bij FrieslandCampina?

Ik ben in juni 2010 binnengekomen als directeur communicatie. Na vier maanden ben ik ook benoemd tot directeur sustainability. Mijn taak was het opbouwen van het duurzaamheidsprogramma en dat ook relevant te maken. Wij hanteren het principe dat de verantwoordelijkheid voor duurzaamheid bij de operaties zelf moet liggen. Het eigenaarschap voor de duurzaam inkopen ligt dus bij de afdeling procurement, en dat geldt eigenlijk voor alle afdelingen. Ik sta dus niet aan het hoofd van een grote afdeling duurzaamheid. De eindverantwoordelijkheid voor het duurzaamheidsbeleid ligt bij de MVO Board, waar ook onze CEO deel van uitmaakt. Bij de MVO Board komen alle belangrijke vraagstukken met betrekking tot duurzaamheid op tafel.

Als coöperatie heeft FrieslandCampina natuurlijk een bijzondere structuur. Hoe heeft u de invoering van een duurzaamheidsprogramma aangepakt?

Wij hebben onze ideeën over duurzaamheid in 2011 voorgelegd aan onze leden en uitgebreid besproken. In december 2011 hebben de melkveehouders ingestemd met de plannen en in januari 2012 zijn we van start gegaan met een nieuw programma, Foqus planet. Centraal in dit programma staat het ondersteunen en stimuleren van leden-melkveehouders bij het verder verduurzamen van hun bedrijfsvoering. We hebben vier thema’s geformuleerd: melk, koe, productieproces en omgeving. Op het gebied van de koeien besteden wij bijvoorbeeld bijzondere aandacht aan criteria op het gebied van diergezondheid, dierwelzijn en verantwoord diergeneesmiddelengebruik. Dit willen we bereiken door kennisuitwisseling te organiseren in workshops, leerbedrijven en via Melkweb, de website voor leden-melkveehouders van FrieslandCampina.

Wat zijn de uitgangspunten van Foqus planet?

Als onderneming ben je verantwoordelijk voor het opruimen van je eigen rommel. In ons geval betekent dat minder fosfaatverlies en het opruimen van de mest. Daar hebben we vorig jaar nog met LTO en de Nederlandse Zuivelorganisatie een visie op geformuleerd, die enthousiast is ontvangen in Den Haag. Boeren hebben er ook veel baat bij om te investeren in groene energie. Dat levert gewoon geld op. Nu al is 63 procent van de stroom die wij gebruiken voor onze 35 vestigingen groen, en dat moet binnen anderhalf jaar honderd procent zijn. Ook voor onze vrachtwagens willen wij meer gebruik gaan maken van biogas. Wij zijn een grote verlader, we hebben honderden trucks op de weg. Dan is het noodzakelijk om je milieuvoetafdruk zo klein mogelijk te maken. En als je dat gaat proberen, ben je meteen met innovatie bezig, bijvoorbeeld door je processen efficiënter in te richten. Denk aan het verwaarden van de reststroom om je fabrieken en trucks op te laten draaien.

Welke argumenten heeft u gebruikt om uw leden te overtuigen van het nut van Foqus planet?

Ik gebruik altijd zeven argumenten om mensen te overtuigen van onze duurzaamheidsstrategie:

Ten eerste: het is belangrijk om draagvlak te creëren en steun te krijgen van politiek en maatschappij. Nederland is toch onze basis, een belangrijk deel van onze activiteiten vindt hier plaats.

Ten tweede: financiers vinden duurzaamheid ook in toenemende mate belangrijk, al was het maar om de kans op liabilities te verkleinen. Je moet dus aan risicomanagement gaan doen.

Ten derde: duurzaamheid biedt kansen op het gebied van marketing. Denk aan ons merk Boer en Land, dat het heel goed doet, maar ook aan FSC-verpakkingen en de duurzame UTZ-cacao die wij gebruiken voor onze chocolademelk.

Het vierde argument dat ik gebruik is klantwaarde: 20 procent van onze business bestaat uit levering van producten aan andere bedrijven, die ook duurzamer willen worden. Als wij duurzame halffabricaten kunnen leveren, kunnen wij gemakkelijker preferred supplier worden.

Argument vijf: een goed duurzaamheidsbeleid heeft een positieve invloed op je mensen. Het motiveert.

Argument zes heeft te maken met onze positie als werkgever: met een goed duurzaamheidsbeleid maak je meer kans jonge talenten aan te kunnen trekken. Het is een belangrijke reden voor jongeren om voor een bepaalde werkgever te kiezen.

En tot slot het zevende en laatste argument: duurzaamheid draagt bij aan kostenefficiency. Veel bedrijfsprocessen zijn nog gestoeld op de ideeën van tientallen jaren geleden. We hebben de afgelopen vijf jaren ruim 1,8 miljard euro geïnvesteerd in nieuwe installaties, bijvoorbeeld voor de productie van melkpoeder. De nieuwe installatie voor dat proces is 60 procent efficiënter.


Wat merkt de consument van uw duurzaamheidsbeleid?

We zijn op dit moment bezig met het opstellen van het nieuwe MVO-verslag, waarin we met behulp van KPI’s zullen beschrijven waar we op dit moment staan met onze vier programma’s, drie voor de leden en één voor de onderneming. Vanzelfsprekend komt daarin ook aan de orde hoe ver we zijn met zaken als het verminderen van het gebruik van suiker en zout, het verbeteren van de etikettering en andere consumenteninformatie. We hebben in verschillende landen uitgebreid onderzoek gedaan naar ondervoeding en willen per jaar tien miljoen kinderen bereiken met voorlichting over gezonde voeding.

In hoeverre moet een onderneming nou radicaal innoveren om daadwerkelijk duurzaam te kunnen opereren?

Ik denk dat het heel belangrijk is iedereen binnen de onderneming bij te brengen dat duurzaamheid een ongelooflijk belangrijk aspect van onze strategie is. Voor je het weet krijg je je eigen Kodak-moment en verlies je de steun van je partners. We hebben dus wel een radicale keuze gemaakt om duurzaamheid te incorporeren in onze strategie, maar de invoering daarvan gaat stap voor stap. Wij kunnen niet zoals Philips opeens een heel andere kant opgaan, wij zijn een zuivelcoöperatie met een verdienmodel dat niet wezenlijk anders is dan 150 jaar geleden, toen elk dorp een eigen coöperatie had en zijn melk probeerde te vermarkten. Voor ons is het dus veel slimmer om stap voor stap nieuwe pilots te introduceren.

Wij hebben een enorme verantwoordelijkheid: na Unilever en Heineken zijn wij het derde voedingsconcern in Nederland, met ruim 11 miljard euro omzet. Wij bieden wereldwijd werk aan 20.000 mensen, hebben vorig jaar voor bijna 600 miljoen geïnvesteerd en hebben voor 4,3 miljard euro geëxporteerd. De toekenning van de Koning Willem I Prijs onderstreept dat we op de goede weg zijn met ons duurzaamheidsbeleid, maar we zijn er natuurlijk nog niet.

Maakt de prijsdruk van de supermarkten het niet ongelooflijk moeilijk om een goed duurzaamheidsbeleid te voeren?

Retailers zijn zelf ook bezig met hun duurzaamheidsbeleid, dus de discussies die wij hebben met de accountmanagers zijn de laatste jaren anders van inhoud geworden. Je moet toch een oplossing vinden voor de doelstellingen die je hebt geformuleerd en dat geldt ook voor de retailers. We moeten af van het idee dat duurzaamheid en prijs communicerende vaten zijn: duurzaamheid hoeft niet duur te zijn. Er is nog ongelooflijk veel te winnen door het hele bedrijfsproces voortdurend onder de loep te nemen. Denk aan iets relatief eenvoudigs als het leasewagenpark: door anders in te kopen kunnen we nog steeds ongelooflijk veel besparen en doordat onze werknemers volledig achter ons beleid staan, lukt dat ook steeds beter. Ik houd er juist erg van ons de kansen te belichten. Als FrieslandCampina moeten wij juist een voorbeeld geven van hoe een toonaangevende onderneming het duurzaamheidsbeleid aanpakt.

Waar komt uw persoonlijke betrokkenheid vandaan?

Ik ben al vijftien jaar met dit onderwerp bezig, eerst bij Unilever en Rabobank en tegenwoordig in mijn functie bij FrieslandCampina. In die tijd heb ik gezien dat het thema steeds belangrijker is geworden. Het is geen aparte discipline meer, zoals enkele jaren geleden, maar je ziet dat steeds meer mensen binnen ondernemingen bereid zijn het ownership voor hun eigen werk op zich te nemen. Dat betekent bij FrieslandCampina dat wij ons bezig houden met voedselzekerheid, met klimaatverandering, met het tekort aan fossiele brandstoffen. Ondernemingen moeten hun verantwoordelijkheid op deze gebieden nemen. Daar dachten we twintig jaar geleden nog heel anders over. Toen zag het bedrijfsleven het niet als zijn taak om daar het voortouw te nemen. Dat is gelukkig veranderd. Meaningful business is de enige manier om de steun van de samenleving te behouden.

www.plusbusiness.nl
Augustus, 2014



   Duurzaam Dossier
   In Beeld
   Innovatie Modellen





  Plusbusiness.nl
  Over Plusbusiness.nl
  InnovationHub
  Contact
  Redactie
  Uitgever
  Nettiquette
  Disclaimer
  Persberichten
  Vrijwilligers


  Specials
  Leestafel
  Zeven wetten voor
    innovatie

  Bachelor Master Prijs
  Rondetafelgesprek
  Rondvraag


  Tools
  Kaizen
  Milieubarometer
  Ladder van Lansink
  Innovatiestijlquiz


  Infographics
  Kritieke grondstoffen
  Global resources stock
    check

  Human Development
    Index

  Kondratieff-golven
  Toekomstige
    technologische
    ontwikkelingen

  Ellen MacArthur
  Categorieën
  Innovatie
  Mobiliteit
  Nieuwe Economie
  Nieuw Organiseren
  Passionate People
  Blikvangers
  Video
  Duurzaam Dossier
  In Beeld
  Innovatie Modellen
  3d Printing
  Grondstoffen Strategie
  Deeleconomie
  Integrated Reporting
  Upcycling


  Columns
  Strategische Marketing
  Crowdfunding
  Klantgedreven Innoveren
  Partnershappen
  CSR Issues
  De Consumens
  Boeiend?


  Links
  Global Innovation Index
  Sustainable Society Index
  Gemeentelijke
    Duurzaamheids Index

  Plus interview
  Roland Amoureus
  Wiebrand Kout
  Ton Van ’t Noordende
  Chris Heutink
  Tom Oostrom
  Ivo de Nooier
  Theo Voskuilen
  Merijn Everaarts
  Stientje van Veldhoven
  Taco Carlier
  Karel Luyben
  Rob van Gijzel
  Jacqueline Cramer
  Bas Ruter
  Femke Groothuis
  Felix Janszen
  Frank van Ooijen
  Herman Hoving
  Ewald Breunesse
  Ton van der Giessen
  Stef Kranendijk
  Max Remerie
  Henk de Bruin
  Hans Kwaad
  Marga Hoek
  André Veneman
  Gerald Schotman
  Marco van Gelder
  Thomas Rau
  Ton van Keken
  Sander Tideman
  Ruud Koornstra

  Volg Plusbusiness.nl


  Afmelden nieuwsbrief

   Facebook

   Twitter

   LinkedIn


  Innovatie Modellen
  Stacey Martix
  Het Ansoff model
  Concurrentiestrategieën
    van Porter

  The Lean Startup methode
  Design Thinking
  Het model van Knoster
  Innovatieradar
  Strategische innovatie
  Zes denkhoeden van De Bono
  Het Belbin model
  Het Nonaka model
  Clusterradar